Codes voor in je slides
Zet deze blokjes in de HTML van je slides (of geef ze mee als instructie aan Claude Design). Bij het starten van een live-sessie leest LearnALot ze automatisch — vraag voor vraag overtypen is nooit nodig.
De basis
- Eén HTML-bestand, met één
<section>per slide; alle opmaak in<style>-blokken in het bestand zelf, geen externe scripts. - Elke vraag heeft een
data-keydie uniek is binnen het deck (bijv.q-hoofdstuk1-1). - Importeren: Products → Presentation & Courseware → HTML-deck importeren. Fouten (dubbele codes, te weinig opties, geen juist antwoord) zie je in een rapport vóórdat de sessie start.
Quizvraag — titel, opties en een juist antwoord
De zaal stemt op de telefoon; het juiste antwoord blijft geheim tot jij onthult (de server haalt data-correct weg uit wat deelnemers kunnen zien).
<div data-live="quiz" data-key="q-voorbeeld-1" data-xp="50" data-live-result="next"> <div data-q>Wat is de kern van stakeholdermanagement?</div> <button data-opt="0"><span data-lbl>A</span><span>Iedereen gelijk behandelen</span></button> <button data-opt="1" data-correct="1"><span data-lbl>B</span><span>Invloed en belang wegen</span></button> <button data-opt="2"><span data-lbl>C</span><span>Alleen de opdrachtgever volgen</span></button> </div>
data-q= de vraagtitel; 2–8 opties, precies één metdata-correct="1", geen lege teksten.- Uitslag bij doordrukken: met
data-live-result="next"verschijnt de uitslag als aparte slide zodra jij op de stage op volgende drukt — dat drukmoment onthult ook het juiste antwoord. Met"inline"verschijnt de uitslag ín deze slide zelf. data-xpis optioneel (toont "Goed voor N XP" bij een goed antwoord).
Poll — mening, geen goed of fout
<div data-live="poll" data-key="p-voorbeeld-1" data-question="Waar sta jij?" data-options="Eens|Oneens|Twijfel"></div>
De uitslag (staafdiagram) verschijnt op de markerplek en als uitslag-slide bij doordrukken.
Stoplicht — rood / oranje / groen
<div data-live="traffic" data-key="t-voorbeeld-1" data-question="Hoe zit je erbij?"></div>
Eigen etiketten kan ook: data-labels="Stop|Twijfel|Door".
Wordcloud — de zaal typt, de cloud groeit live
<div data-live="wordcloud" data-key="w-voorbeeld-1" data-prompt="Typ één woord" data-max="3"></div>
Woorden van de zaal verschijnen live in de slide, groter naarmate ze vaker genoemd worden; jij kunt woorden verbergen via de console. data-max = aantal woorden per deelnemer (1–5). Bij doordrukken verschijnt de cloud ook als uitslag-slide. Wil je dat de zaal ook op elkaars woorden kan stemmen, gebruik dan de stemwolk.
Het vak bepaalt waar de wolk staat. Geef de marker een vaste breedte en hoogte, bijvoorbeeld style="position:absolute; left:150px; right:150px; top:440px; height:520px". De wolk wordt dan in precies dat vak getekend, in de verhouding van het vak, en komt er nooit onder uit. Dat geldt ook voor de stemwolk. Zonder vaste hoogte groeit het vak mee met de wolk; zet het dan niet onderaan de slide.
Op gang helpen of alleen oefenen? Zet het schema meteen in de slide met data-demo: woorden gescheiden door |, elk met het aantal seconden ná de start.
<div data-live="wordcloud" data-key="w-voorbeeld-1" data-prompt="Typ één woord" data-max="3"
data-demo="5 kwaliteit | 8 samenwerken | 12 focus | 15 lef"></div>Liever bij je notities? Dan mag het ook als [wolk]-blok in de sprekersnotities van diezelfde slide — handig als je je presentatie per slide opbouwt:
<aside class="notes"> Begin met de anekdote over de servicedesk. [wolk] 5 kwaliteit 8 samenwerken 12 focus [/wolk] </aside>
Op één regel mag ook: [wolk] 5 kwaliteit | 8 samenwerken [/wolk]. Het blok wordt uit je notities geknipt — je hoeft je eigen schema niet terug te lezen tijdens het presenteren — en de zaal ziet notities sowieso nooit. Staan ze allebei ingevuld, dan wint data-demo op de marker: die hangt aan díé wolk, een notitie hangt aan de slide.
Bij het starten van de sessie staat dat schema klaar in de console, onder die wolk in de activiteitenlijst: het paneel Voorbeeldwoorden gaat vanzelf open als je op de slide van de wolk staat, en weer dicht als je verder bent. Met de knop Voorbeeldwoorden onder de wolk open je het ook vooraf, om te kijken of alvast te vullen. Het is een tabel met links de seconden na Start en rechts het woord. Je drukt op Start — of op S — en de woorden verschijnen één voor één op de afgesproken seconden, zodat de wolk opbouwt in plaats van in één klap vol te staan. Tijdens het lopen zie je per regel wat al verstuurd is en welk woord aan de beurt is.
Zelf een schema maken gaat in die tabel: typ een woord en druk Enter, dan staat de volgende regel klaar. De tijd telt vanzelf op — standaard vier seconden per regel, en dat getal kun je onder de tabel aanpassen. Vul je bij een regel zelf een tijd in, dan staat die vast en tellen de regels eronder vanaf daar verder. Eigen typewerk wordt nooit overschreven door het schema uit het deck.
Wat de zaal ziet en wat jij ziet. Antwoorden uit de zaal komen er gewoon tussendoor bij; de wolk groeit door elkaar heen. Bij een gewone wordcloud zien de deelnemers de woorden op de beamer — op hun eigen telefoon staat alleen het invoerveld. Wil je dat ze elkaars inbreng ook op hun telefoon zien (en erop kunnen stemmen), neem dan een stemwolk. In de console staan jouw eigen woorden oranje met "voorbeeld" erbij (en bij een gemengd woord: "2 van deze 3 komen van jou"), ze tellen niet mee als deelnemer, en het schema zelf komt nooit bij de deelnemers terecht.
Zelf een wolk natekenen in de slide hoeft niet — en werkt niet. Zet je (of Claude Design) voorbeeldwoorden als opmaak in de marker, dan haalt het systeem die eruit zodra de slide live gaat: ze zouden anders naast de echte antwoorden blijven staan in een andere stijl, en doen alsof de zaal iets gezegd heeft. De ruimte die je ervoor had gereserveerd blijft staan. De woorden zelf gaan niet verloren: ze worden automatisch een schema van gesimuleerde antwoorden (vier seconden uit elkaar), dat klaarstaat in de console. Er komt niets in beeld tot jij op Start drukt, en je ziet er een melding over in het sessierapport.
Stemwolk — de zaal brengt in én stemt op elkaar
<div data-live="wordvote" data-key="s-voorbeeld-1" data-prompt="Wat moeten we als eerste oppakken?" data-max="8"></div>
Hetzelfde beeld als een wordcloud, maar de zaal kan er ook op stemmen. Op de telefoon zie je een invoerveld én alle woorden die al zijn ingebracht; je tikt er een aan om je stem te geven. Hoe meer mensen achter een woord staan, hoe groter het in de wolk komt.
- Eén stem per woord — je kunt een woord maar één keer steunen.
- Wie inbrengt, stemt meteen op zijn eigen woord. De grootte is dus simpelweg het aantal mensen achter dat woord, of ze het nu typten of aantikten.
- Zoveel woorden inbrengen als de tijd toelaat:
data-maxis hier een vangrail, geen doel (1–20, standaard 10). Bij een gewone wordcloud is dat juist 1–5. - Een woord of een korte zin (max 60 tekens) — je stemt hier immers op voorstellen, en "meer tijd voor overleg" is nu eenmaal geen los woord. Bij een gewone wordcloud blijft het één kort woord (max 30).
- Hoofdletters en spaties maken niet uit: "Wachttijden" en "wachttijden" zijn hetzelfde woord.
- Woorden verbergen kan net als bij de wordcloud vanuit de console.
Handig als je van een open vraag naar een gedragen prioriteit wilt: eerst laten inbrengen, dan een minuut laten stemmen, en de grootste twee er op de beamer uitlichten.
Opties voorzetten — ze staan er meteen
Wil je dat er al iets staat om op te stemmen zodra je de vraag opent, zet die dan als data-options op de marker, gescheiden door |:
<div data-live="wordvote" data-key="s-voorbeeld-2" data-prompt="Wat pakken we als eerste op?" data-max="8"
data-options="Automatisering | Kennisbank | Wachttijden"></div>- Ze staan er vanaf het openen, op nul stemmen — ze komen van jou, dus er staat nog niemand achter. Dat houdt de grootte eerlijk: die blijft het aantal mensen achter een woord.
- De zaal kan er meteen op stemmen én er gewoon eigen woorden bij inbrengen; die komen ertussen te staan.
- Hoofdletters maken niet uit, net als bij de rest: een stem op "Automatisering" telt bij "automatisering".
- Maximaal twintig, elk hooguit zestig tekens. Eentje die je toch niet wilt, verberg je vanuit de console.
Verschil met data-demo: startopties stáán er; voorbeeldwoorden komen binnen op een tijdschema, en pas nadat jij op Start drukt. Wil je een lijst waar de zaal direct uit kiest, neem dan opties. Wil je laten zien hoe een wolk zich vult, neem dan het schema. Allebei mag ook.
Op gang helpen — met stembare voorbeelden
Het schema met voorbeeldwoorden werkt hier net zo als bij de wordcloud, en op die woorden kan de zaal gewoon stemmen: ze verschijnen als aantikbare chips, met jouw voorbeeld als eerste stem erop. Zet het op de marker:
<div data-live="wordvote" data-key="s-voorbeeld-1" data-prompt="Wat pakken we als eerste op?" data-max="8"
data-demo="5 wachttijden | 9 kennisbank | 14 zelfservice"></div>… of als [wolk]-blok in de sprekersnotities van diezelfde slide:
<aside class="notes"> Laat ze eerst zelf iets inbrengen, geef daarna een minuut om te stemmen. [wolk] 5 wachttijden | 9 kennisbank | 14 zelfservice [/wolk] </aside>
In de console staat het paneel Voorbeeldwoorden open onder de stemwolk zodra je op die slide bent; daar druk je op Start (of op S); de woorden komen dan op de afgesproken seconden binnen, alsof de zaal ze intypt. Een stem uit de zaal komt er gewoon bovenop — een voorbeeldwoord dat drie mensen aantikken, staat op vier.
Voor de zaal is er geen verschil te zien. Een gescript woord is geen plaatje maar een echte inzending: het loopt langs dezelfde weg binnen als een antwoord uit de zaal, komt op de beamer op dezelfde manier op, staat als dezelfde aantikbare chip op de telefoon, en er gelden precies dezelfde regels voor (ook die 60 tekens). Alleen in jouw console blijven ze herkenbaar als voorbeeld (oranje) — zodat jíj weet wat van jou kwam.
Iedereen ziet elkaars inbreng op zijn eigen telefoon. Onder het invoerveld staat de hele lijst — wat de zaal heeft ingebracht én wat jij hebt ingeschoten — met het aantal mensen erachter. Nieuwe inbreng komt er live bij, een voorstel dat een stem krijgt telt zichtbaar op, en waar je zelf op stemde blijft met een vinkje staan zodat je niet twee keer kunt stemmen. Aantikken is stemmen; zelf iets nieuws intypen mag daarnaast, zo vaak als de tijd toelaat.
Teken de voorbeelden dus niet zelf in de slide: dat wordt er bij het live gaan uitgehaald en omgezet naar dit schema — zie Zelf een wolk natekenen.
Vragenronde (Q&A) — inzendingen, jij kiest wat verschijnt
<div data-live="qa" data-key="v-voorbeeld-1" data-prompt="Stel je vraag"></div>
Deelnemers sturen vragen in; jij kiest in de console welke groot op het scherm komt. Werkt ook als open vraag: zet de prompt op je vraag (bijv. data-prompt="Wat neem je mee van vandaag?") en licht de mooiste antwoorden uit.
Competentie-assessment — houden, bouwen, loslaten of aan AI
<div data-live="assessment" data-key="a-voorbeeld-1" data-set="ipma28"
data-question="Welke van de 28 IPMA-competenties ga jij bouwen?"></div>De zaal krijgt de dertig IPMA-competenties op de telefoon, in drie stappen: Perspectief (6), Mensen (10) en Praktijk (14). Per competentie kiest iedereen één van vier richtingen: houden, bouwen, loslaten of aan AI. Van gedachten veranderen mag, zolang jij de activiteit open laat staan.
Op de beamer staat ondertussen het wiel van de zaal: elk segment krijgt de kleur die het vaakst gekozen is, en hoe eensgezind de groep is, hoe voller die kleur. Het loopt vol terwijl er wordt ingevuld; in de console zie je hoeveel mensen begonnen en hoeveel er klaar zijn.
Wie alle dertig invulde, krijgt zijn eigen wiel op de telefoon te zien, en later nog eens in het rapport na afloop.
data-set mag je weglaten; dan is het ipma28: de 28 competenties van IPMA ICB4, in drie groepen (Perspectief 5, Mensen 10, Praktijk 13). De oude naam ipma30 blijft werken en wijst naar dezelfde lijst. Een lijst die niet bestaat, blokkeert het starten van de sessie — dan weet je het vóór de zaal het merkt.
Je eigen lijst en je eigen keuzes
De IPMA-lijst is er een van; je kunt er ook zelf een meegeven. Zet dan data-items (de dingen waarover de zaal oordeelt) en data-keuzes (waar ze uit kiezen), gescheiden door een streep:
<div data-live="assessment" data-key="w-wensen-1"
data-question="Wat zou je wanneer willen hebben?"
data-lijst-naam="Wensen"
data-keuzes="Niet | Aankomend jaar | ASAP | Gisteren"
data-items="Course-input naar cursusomschrijving + SEO & marketing, in één knop |
Een standaard GPT die vragen beantwoordt op basis van de course content |
Makkelijk gamifyen van content |
Versiebeheer door middel van prompting |
Course-as-code: modulair bouwen en hergebruiken"></div>2 tot 40 items, elk hooguit 120 tekens. 2 tot 6 keuzes, elk hooguit 24 tekens. De volgorde van je keuzes is de volgorde van de kleuren — van rustig grijs naar dringend rood — en in het spinnenweb ligt de laatste keuze het verst naar buiten. Schrijf ze dus in oplopende volgorde, zoals hierboven.
De zaal laten aanvullen
Zet data-overig="2" erbij en elke deelnemer mag zelf punten toevoegen (0 tot 5; zonder het attribuut staat het uit). Zo'n punt komt achter de lijst te staan, krijgt een eigen nummer en wordt door de hele zaal beoordeeld — ook door wie al klaar was: die krijgt het er gewoon bij.
<div data-live="assessment" data-key="w-wensen-1" data-overig="2"
data-question="Wat zou je wanneer willen hebben?"
data-keuzes="Niet | Aankomend jaar | ASAP | Gisteren"
data-items="Course-as-code | Dynamic pricing | Kandidatenportal"></div>Op de telefoon staat onderaan de laatste stap een invoerveld met een teller. Dezelfde inbreng telt niet dubbel, ook niet met andere hoofdletters, en hetzelfde woordfilter geldt als bij de wolk.
In de console staat de inbreng als rijtje onder de opdracht. Klik erop om iets uit de lijst te halen; klik nog eens om het terug te zetten. Het nummer blijft daarbij bezet — anders zouden keuzes die de zaal al maakte opeens bij een ander punt horen.
Eigen kleuren
Elke keuze krijgt vanzelf een kleur uit een vast palet. Wil je ze zelf bepalen, zet dan data-kleuren erbij, in dezelfde volgorde als je keuzes:
data-keuzes="Niet | Aankomend jaar | ASAP | Gisteren" data-kleuren="#c8ccd2 | #2274bb | #e07b00 | #b3122c"
Alleen hexwaarden (#abc of #aabbcc). Een naam als "rood" wordt geweigerd bij het starten van de sessie: die waarde komt rechtstreeks in de tekening terecht, en dat houden we dicht. Geef je er minder op dan je keuzes hebt, dan houdt de rest zijn eigen kleur. Dit werkt ook bij de IPMA-lijst; de volgorde is daar houden, bouwen, loslaten, aan AI.
data-lijst-naam komt in het midden van het wiel te staan. Laat je hem weg, dan blijft het midden leeg op het aantal deelnemers na.
Wil je kopjes boven de lijst, zet die er dan bij met het aantal items per kopje. De aantallen moeten samen precies uitkomen op je lijst, anders wordt de sessie geweigerd:
data-groepen="Content: 5 | Verkoop: 3 | Organisatie: 1"
Zonder groepen staat alles in één stap op de telefoon en zonder kopjes in de lijst. Met groepen doorloopt de zaal ze als stappen, zoals bij de IPMA-lijst.
Ruimte op de slide
Het wiel neemt op de beamer de hele slide. Zodra jij het assessment opent, legt het zich als vlak over de slide heen — met je vraag erboven — en gebruikt het alle ruimte die er is. Dat moet ook: dertig segmenten met dertig namen ernaast zijn achterin de zaal anders niet te lezen. Sluit je het assessment, dan staat je slide er weer gewoon.
De marker hoeft dus geen groot vlak meer te krijgen; hij moet alleen bestaan, op de slide waar de opdracht hoort. Een eigen vlak mag nog steeds — dat is wat je ziet in de studio en op de uitslag-slide:
<section>
<h1>Welke van de 28 IPMA-competenties ga jij bouwen?</h1>
<p class="lead">Pak je telefoon: houden, bouwen, loslaten of aan AI geven.</p>
<div data-live="assessment" data-key="a-ipma-1" data-set="ipma28"
data-question="Welke van de 28 IPMA-competenties ga jij bouwen?"
style="position:absolute; left:26%; right:26%; top:300px; height:700px"></div>
</section>Teken het wiel niet zelf na in de slide. Wat je in de marker zet, wordt bij het live gaan leeggemaakt — de hoogte blijft staan — want een nagetekend wiel zou naast het echte blijven staan en doen alsof de zaal al gekozen heeft. Dezelfde regel als bij de wolk.
Wil je de competentielijst zelf op een slide zetten (zoals de bekende IPMA-plaat), doe dat dan op een andere slide dan de marker. Op de slide met de marker heeft het systeem de ruimte nodig.
Kleuren — de uitslag past zich vanzelf aan
Uitslagen worden ín je slide getekend en nemen de tekstkleur van die slide over. Op een donkere slide wordt de tekst dus licht, op een lichte slide donker; je hoeft niets in te stellen. Wil je het zelf sturen, zet dan deze variabelen in de stijl van je deck:
section {
--live-tekst: #f3e9ff; /* tekst en cijfers in de uitslag */
--live-accent: #ffb020; /* de staaf van een poll of quiz */
--live-vlak: #ffffff; /* de lege staaf (wordt gedempt) */
--live-goed: #2e7d32; /* het juiste antwoord */
}Het stoplicht houdt altijd zijn eigen rood, oranje en groen — daar ís de kleur de betekenis.
Sprekersnotities — alleen voor jou, in de console
<aside class="notes"> Begin met de anekdote over de servicedesk. Vraag daarna om één woord. Doorlopen in 2 minuten. </aside>
Zet dit blok ín de <section> van je slide. De notitie verschijnt tijdens het presenteren onder het slidevoorbeeld in de console; de zaal ziet hem nooit — beamer en telefoon krijgen hem verborgen geserveerd. Ook goed: class="speaker-notes", of het attribuut data-notes="…" op een element.
In de notities mag ook een [wolk]-blok met de voorbeeldwoorden voor een wordcloud op die slide — zie Wordcloud. Dat blok wordt uit de getoonde notitie geknipt.
QR-instap — zo komt de zaal binnen
<div data-live="join"></div>
Zet dit op je eerste slide (of gebruik "QR-instapslide invoegen" in de studio). Tijdens het presenteren vult LearnALot hier vanzelf de echte QR-code, sessiecode en deelnemersteller in.
Hoeveel ruimte moet je vrijhouden?
- De instapslide: de marker is bij het ontwerpen leeg — geef hem daarom zelf afmetingen, anders klapt hij in tot niets. Reken op een vierkant vlak van minstens 30% van de slidebreedte (op een deck van 1920×1080 dus ±580×580 px). De QR-code zelf vult ongeveer 70% van de breedte van dat vlak; de sessiecode, de link en de deelnemersteller komen eronder.
- De hoek op elke slide (knop QR op elke slide tonen in de console): die tekent LearnALot zelf, rechtsboven, over je slide heen — ongeveer 11% van de slidebreedte breed en een derde hoger dan breed — op 1920×1080 zo'n 210×275 px, met 1,6% marge vanaf de rand. Wil je die gebruiken, houd dan de rechterbovenhoek van je slides vrij van titels, logo's en belangrijke tekst. Daar is geen code in je deck voor nodig.
<!-- instapslide: geef de lege marker zelf ruimte -->
<div data-live="join" style="width:32%;aspect-ratio:1/1;margin:0 auto"></div>
<!-- en houd op je andere slides de rechterbovenhoek vrij -->
<style>section { padding-right: 14%; }</style>Na afloop — rapport, e-mail en export
Alles wat de zaal invoert wordt per sessie bewaard: elk antwoord, elk woord, elke stem en elke ingestuurde vraag, gekoppeld aan de deelnemer die het gaf. Daar hoef je niets voor te doen.
Wat de deelnemer ziet zodra je op Beëindig sessie drukt: op de telefoon komt het eindscherm met een e-mailveld — "Jouw uitslag en de presentatie ontvangen?". Wie een adres achterlaat krijgt een persoonlijke rapportpagina met de eigen antwoorden, de uitslag van de zaal (bij een quiz ook het juiste antwoord, als je dat hebt onthuld), de eigen ingestuurde vragen én de hele presentatie om door te bladeren. Het adres wordt aan de antwoorden van die persoon gekoppeld.
Nieuwsbrief: onder het e-mailveld staat een los vinkje voor nieuws, aanbiedingen, prijsvragen en give-aways van de Van Haren Group. Dat staat standaard uit, is geen voorwaarde voor het rapport, en wordt met tijdstip vastgelegd — zo blijft de toestemming aantoonbaar (AVG). Iemand die het rapport later nog eens aanvraagt zonder vinkje, trekt de toestemming daarmee weer in.
In de console zie je onder de sessiegegevens hoeveel adressen zijn achtergelaten en hoeveel daarvan met nieuwsbrief-toestemming. De knop Deelnemers & antwoorden (CSV) geeft je de lijst: per deelnemer het adres, de toestemming met datum, en één regel per antwoord, stem of vraag — voorbeeldwoorden van jezelf blijven eruit. Het bestand opent direct in Excel.
Namen van andere deelnemers staan nergens in een rapport; de zaal is altijd een totaal. De gegevens blijven bewaard zolang de sessie bewaard blijft (90 dagen na afloop).
Instructie voor Claude Design
Maak je je presentatie met Claude Design? Plak dit mee in je opdracht — dan genereert Design de vragen én de codes in één keer:
Lever de presentatie als één HTML-bestand met één <section> per slide, alle CSS
in <style>-blokken, geen externe scripts. Genereer per inhoudsslide een quizvraag
over de inhoud van die slide, als blok in de slide:
<div data-live="quiz" data-key="UNIEKE-CODE" data-xp="50" data-live-result="next">
met daarin <div data-q>vraagtekst</div> en per optie
<button data-opt="0"><span data-lbl>A</span><span>antwoordtekst</span></button>
— precies één knop met data-correct="1", 2–8 opties, geen lege teksten, elke
data-key uniek in het deck. Meningen als
<div data-live="poll" data-key="..." data-question="..." data-options="Eens|Oneens"></div>.
Stemming peilen als stoplicht:
<div data-live="traffic" data-key="..." data-question="Hoe zit je erbij?"></div>.
Associaties ophalen als wordcloud (de woorden van de zaal verschijnen live in de slide,
data-max = woorden per deelnemer, 1–5). Geef er met data-demo een paar voorbeeldwoorden
bij, met het aantal seconden na de start, zodat de wolk zichtbaar opbouwt:
<div data-live="wordcloud" data-key="..." data-prompt="Typ één woord" data-max="3"
data-demo="5 kwaliteit | 8 samenwerken | 12 focus"></div>.
Wil je dat de zaal ook op elkaars woorden kan stemmen, gebruik dan een stemwolk;
de grootte is dan het aantal mensen achter een woord (data-max 1-20, standaard 10):
<div data-live="wordvote" data-key="..." data-prompt="Wat pakken we als eerste op?" data-max="8"
data-demo="5 wachttijden | 9 kennisbank"></div>. Ook hier mag data-demo (of een
[wolk]-blok in de notities): op die voorbeeldwoorden kan de zaal gewoon stemmen.
Wil je dat er bij het openen meteen iets staat om uit te kiezen, gebruik dan
data-options="Automatisering | Kennisbank | Wachttijden" op diezelfde stemwolk:
die opties staan er vanaf het begin, op nul stemmen, en de zaal kan er eigen
woorden bij inbrengen. Bij een gewone wordcloud doet data-options niets.
Vragenronde of open vraag (deelnemers typen vrije tekst; de spreker kiest wat groot
op het scherm komt — zet de prompt op de open vraag):
<div data-live="qa" data-key="..." data-prompt="Stel je vraag"></div>.
Competentie-assessment (de zaal kiest per punt één richting; op de beamer verschijnt
het wiel van de groep, elke deelnemer krijgt zijn eigen wiel op de telefoon).
Met de vaste IPMA-lijst (28 competenties, ICB4):
<div data-live="assessment" data-key="..." data-set="ipma28"
data-question="Welke van de 28 IPMA-competenties ga jij bouwen?"></div>.
Of met een eigen lijst uit dit deck — dan bepaal je zelf waarover de zaal oordeelt
en waaruit ze kiest:
<div data-live="assessment" data-key="..." data-lijst-naam="Wensen" data-overig="2"
data-question="Wat zou je wanneer willen hebben?"
data-keuzes="Niet | Aankomend jaar | ASAP | Gisteren"
data-items="Course-as-code | Dynamic pricing | Kandidatenportal"></div>.
Zet data-overig="2" er standaard bij, tenzij de opdrachtgever een gesloten lijst
wil: daarmee mag elke deelnemer twee eigen punten inbrengen, die de hele zaal
daarna beoordeelt. Zonder dat attribuut kan de zaal niets toevoegen.
Regels voor een eigen lijst: 2–40 items van hooguit 120 tekens, 2–6 keuzes van
hooguit 24 tekens. De volgorde van de keuzes bepaalt de kleur (grijs → blauw →
oranje → rood) en de afstand tot het midden in het spinnenweb; schrijf ze dus
oplopend op. Optioneel: data-groepen="Content: 2 | Verkoop: 1" voor kopjes (de
aantallen moeten samen op het aantal items uitkomen), data-kleuren="#c8ccd2 |
#2274bb | #e07b00 | #b3122c" voor eigen kleuren (alleen hexwaarden), en
en data-overig om het aantal eigen punten per deelnemer te veranderen (0 zet het
uit).
Het assessment neemt op de beamer de hele slide, dus die marker hoeft geen groot
vlak te krijgen; houd de slide zelf rustig (een titel volstaat) en zet de lijst
met alle punten niet óók op die slide.
Zet op de eerste slide <div data-live="join" style="width:32%;aspect-ratio:1/1;margin:0 auto">
</div> — die marker is leeg bij het ontwerpen, dus geef hem zelf die ruimte; daar
verschijnt tijdens het presenteren de QR-code met de sessiecode eronder.
Houd op alle slides de rechterbovenhoek vrij (ongeveer 14% van de breedte): daar kan
de presentator een kleine QR-code laten meelopen voor laatkomers.
Laat bij wordcloud en vragenronde het midden van de slide leeg: daar rendert het
systeem de cloud of de uitgelichte inzending.
BELANGRIJK: teken nooit zelf voorbeeldantwoorden, nepwoorden, chips of een
animatie van binnenkomende reacties — niet in de marker en niet ernaast. Die
zouden tijdens de sessie naast de echte antwoorden blijven staan, in een andere
stijl, en doen alsof de zaal iets gezegd heeft. Wil je laten zien hoe het opbouwt,
zet die woorden dan in data-demo (of het [wolk]-blok in de notities): dan komen ze
als gesimuleerde antwoorden binnen, in precies dezelfde opmaak als echte
inzendingen, en kan de zaal er in een stemwolk op stemmen. De marker zelf blijft
leeg; geef hem hoogte met CSS als je de ruimte wilt vasthouden.
Geef elke slide sprekersnotities mee als <aside class="notes">…</aside> binnen de
section: twee of drie regels over wat je daar vertelt. Die zijn alleen voor de
presentator zichtbaar. Bij een wordcloud mag daar ook een schema met
voorbeeldwoorden in: [wolk] 5 kwaliteit | 8 samenwerken | 12 focus [/wolk].
Houd vraagteksten kort genoeg voor een telefoonscherm; maak afleiders plausibel.